Beschermingsbewindvoering

Onderbewindstelling van goederen is bedoeld voor mensen die door hun lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of blijvend niet in staat zijn om hun financiële belangen te behartigen of problematische schulden hebben. Het is niet altijd nodig om alle goederen van iemand onder bewind te stellen. Soms kan er met een bewind over bijvoorbeeld het huis worden volstaan. Zijn de goederen van iemand geheel of gedeeltelijk onder bewind gesteld, dan mag diegene niet meer zelfstandig daarover beslissen. Hij mag bijvoorbeeld het huis niet verkopen zonder toestemming van de bewindvoerder. De bewindvoerder beslist daarover, zolang dat gaat, in overleg met de betrokkene. De bewindvoerder gaat ook over het beheer van de goederen. Bij het regelen van de financiële zaken van de betrokkene kan de bewindvoerder ook een belastingaangifte doen en (bijzondere) bijstand of huurtoeslag aanvragen.

Aanvraag bewind

Beschermingsbewind wordt in principe aangevraagd door de rechthebbende zelf maar kan ook worden aangevraagd door de echtgenoot, de geregistreerde partner dan wel een andere levensgezel, de bloedverwanten in de rechte lijn en die in de zijlijn tot de vierde graad ingesloten, de voogd, de curator of de mentor. Bewind kan ook worden verzocht door de instelling waar de rechthebbende wordt verzorgd of die aan de rechthebbende begeleiding biedt. Is er niemand die de aanvraag kan doen en is bewindvoering toch noodzakelijk, dan kan een verzoek bij de Officier van Justitie worden ingediend. Een verzoek tot het instellen van bewind kan in geval van verkwisting of van een problematische schuld ook door Burgemeesters en Wethouders van de woonplaats van de rechthebbende worden ingediend.

Instellen bewind

Beschermingsbewind kan door de rechter worden ingesteld voor mensen die als gevolg van een lichamelijke of geestelijke beperking niet in staat zijn om hun eigen vermogen te beheren. Tevens kan bewind worden ingesteld om redenen van verkwisting of het hebben van problematische schulden. Bewind is ook mogelijk als verwacht wordt dat een persoon binnen afzienbare tijd in één van de bovengenoemde toestanden zal verkeren.

Inhoud bewind

De hoofdtaak van een bewindvoerder, die beschermingsbewind uitoefent, is het beheren ofwel het beschermen van de goederen van de rechthebbende. Hij moet ervoor zorgen dat de goederen die door de kantonrechter onder bewind zijn gesteld in stand blijven dan wel goed worden beheerd. De Wet spreekt over het “waarnemen van vermogensrechtelijke belangen”.

Het LOVCK heeft in haar ‘Aanbevelingen meerderjarigenbewind’ beschreven welke inhoudelijke taken bij bewindvoering dienen plaats te vinden. Deze zijn voor de NVVK-leden bindend. In ieder geval zorgt de bewindvoerder ervoor dat alle vaste lasten tijdig en volledig worden voldaan en dat het leefgeld tijdig en volledig aan de rechthebbende beschikbaar wordt gesteld. De bewindvoerder kan ook overgaan tot het afsluiten van verzekeringen. Uitgangspunten voor het gedrag en de werkwijze van de bewindvoerder zijn redelijkheid, doelmatigheid en zorgvuldigheid.

Duur en einde bewind

De duur van de onderbewindstelling is gelijk aan de periode waarin de lichamelijke of geestelijke beperking aanwezig is. Dit kan dus voor onbepaalde tijd zijn. Bewind wordt in principe beëindigd conform het Burgerlijk Wetboek “door het verstrijken van de tijdsduur waarvoor het is ingesteld en door de dood of ondercuratelestelling van de rechthebbende”. Tevens kan het bewind op verzoek van de rechthebbende, de bewindvoerder of van degene die gerechtigd is om het instellen van beschermingsbewind te verzoeken, worden beëindigd. Ook kan om verlenging worden gevraagd. De wetgever heeft bepaald dat in principe vijfjaarlijks door de bewindvoerder verslag wordt gedaan aan de kantonrechter over het verloop van het bewind. Daarbij wordt geëvalueerd in hoeverre het bewind moet worden gecontinueerd en of dat er andere, minder vergaande, voorzieningen beschikbaar zijn om beheer te voeren over de goederen van de rechthebbende. De bewindvoerder voorziet de kantonrechter hierbij van de noodzakelijke informatie.

De NVVK-leden bezien periodiek, bijvoorbeeld tweejaarlijks, maar in ieder geval vόόr het verstrijken van het verplichte vijfjaarlijkse verslag aan de kantonrechter, in hoeverre de redenen nog aanwezig zijn die ten grondslag lagen aan het instellen van bewind. Hiermee wordt bevorderd dat een rechthebbende, wanneer de persoonlijke situatie is gewijzigd, sneller door kan stromen naar andere, passende vormen van dienstverlening en ondersteuning. Achtergrond hiervan is het principe dat beschermingsbewind een dienstverlening is die wordt geleverd wanneer dit feitelijk noodzakelijk is, en niet langer dan noodzakelijk. Het voeren van bewind over een persoon beperkt immers de rechten en vrijheden van deze persoon. De bewindvoerder, zijnde het NVVK-lid, moet het aanbod aan beschikbare vormen van alternatieve dienstverlening kennen.

Taken bewindvoerder

Bij aanvang van het bewind, en binnen een periode van 3 maanden, moet een boedelbeschrijving worden ingediend bij de griffie van de rechtbank (sector Kanton). Daartoe is op www.rechtspraak.nl een formulier beschikbaar dat door de bewindvoerder ondertekend ingeleverd moet worden bij de rechtbank. Is het bewind ingesteld vanwege het hebben van problematische schulden dan dient samen met de boedelbeschrijving een plan van aanpak te worden ingediend waarin wordt beschreven welke maatregelen genomen zullen worden om de schulden te beheersen of op te lossen. Doel is onder meer de financiële zelfredzaamheid van de rechthebbende te versterken. De maatregelen zijn geijkt op de specifieke behoeften van een rechthebbende en volgen de bepalingen van de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK en van de onderliggende modules. In het plan van aanpak staan de producten beschreven die naast bewindvoering worden ingezet.

Het kan gaan om:

  • Stabilisatie;
  • Betalingsregeling;
  • Herfinanciering;
  • Schuldregeling;
  • Budgetcoaching;
  • Flankerende hulp;
  • Duurzame Financiële Dienstverlening;
  • Nazorg.

De rol van de bewindvoerder in deze richt zich vooral op het voeren van regie, aangezien de bovengenoemde diensten in principe door andere hulpverleners worden uitgevoerd. In het kader van flankerende hulp treedt de beschermingsbewindvoerder ook op als doorverwijzer.

De bewindvoerder dient direct na zijn benoeming een bankrekening aan te vragen van waaruit het beheer zal worden gevoerd. De regels van de Wet op het financieel toezicht (Wft) zijn in deze van toepassing. Op een bankrekening mag nooit meer dan 100.000 euro staan. Indien noodzakelijk moeten verschillende rekeningen bij verschillende banken worden geopend. Tevens dient hij zijn benoeming in het Kadaster in te schrijven wanneer er sprake is van bewind over onroerend goed. Daarnaast dient hij zijn benoeming in te schrijven in het Handelsregister wanneer er sprake is van een onderneming. Bovenstaande bepalingen worden overzichtelijk beschreven in de ‘Aanbevelingen meerderjarigenbewind’ van het LOVCK.

In het kader van juiste en volledige informatievoorziening dient de rechthebbende bij aanvang van een bewind volledig en schriftelijk te worden geïnformeerd over de aard van de werkzaamheden die de bewindvoerder verricht en de rechten, taken en plichten die voor beide partijen - bewindvoerder en rechthebbende - daarbij van toepassing zijn. Daarnaast is het verplicht de rechthebbende jaarlijks  een totaaloverzicht te doen toekomen van alle mutaties die op de beheerrekening hebben plaatsgevonden en van het saldo bij aanvang  en einde van het desbetreffende jaar. De bewindvoerder moet actuele en volledige dossiers onderhouden. Dit dossier kan, op verzoek, door de rechthebbende worden ingezien.

In het dossier wordt minimaal vastgelegd:

  • gegevens rechthebbende;
  • kopie geldig legitimatiebewijs rechthebbende;
  • besluit rechtbank tot instelling bewind;
  • actueel overzicht mutaties op beheerrekening;
  • jaarlijkse totaaloverzichten beheerrekening;
  • boedelbeschrijving bij aanvang bewind;
  • schuldenoverzicht en plan van aanpak schulden (indien van toepassing);
  • correspondentie met organisaties die betrekking hebben op het inkomen en goederen van de rechthebbende, zoals verzekeringen, Belastingdienst, UWV, etc.,
  • de contacten met de rechthebbende.

Gedurende het jaar voert de bewindvoerder de administratie over de goederen die onder zijn bewind zijn gesteld. Hierbij kunnen taken ook door de rechthebbende zelf worden uitgevoerd, dan wel wordt erop toegezien dat deze de taken zelf uitvoert, dan wel wordt de rechthebbende hierbij ondersteund.

Rekening en verantwoording

De bewindvoerder legt jaarlijks en aan het einde van het bewind rekening en verantwoording af aan de kantonrechter. Van de volgende zaken wordt per rechthebbende het totaalbedrag aangegeven:

  • het ontvangen inkomen;
  • het totaalbedrag van de vaste lasten;
  • indien van toepassing: een overzicht van de betaalde schulden;
  • indien van toepassing: een overzicht van de nog te betalen schulden;
  • het saldotegoed van het begin en eind van de periode waarover verantwoording afgelegd moet worden.

Ook voor rekening en verantwoording is een modelformulier beschikbaar op www.rechtspraak.nl.

Kosten bewind

Aan het beschermingsbewind zijn kosten verbonden en een bewindvoerder kan een beloning vragen voor zijn werkzaamheden. De kosten zijn gereguleerd. De tarieven voor bewindvoering worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. In principe wordt de rechthebbende geacht de kosten van bewindvoering te voldoen vanuit het inkomen of vermogen. Het is mogelijk om bij de gemeente bijzondere bijstand aan te vragen voor de kosten van bewindvoering wanneer het inkomen of vermogen ontoereikend is.

Naar boven