Dwangakkoord: schuldeiser onredelijk? Vraag expliciet om proceskostenveroordeling

18 september 2018

De rechtbank Midden Nederland heeft onlangs een schuldeiser veroordeeld in de kosten voor een dwangakkoord procedure. In de procedure waren twee schuldeisers betrokken, waarvan er een is veroordeeld in de kosten van de procedure. Dit betrof een schuldeiser die principieel weigerde, waardoor het onmogelijk was om tot een minnelijke regeling te komen.

Ondanks de wettelijke mogelijkheid om tot een proceskosten veroordeling te komen (ex. art. 287a lid 6 Fw), wordt deze maar zelden ook toegewezen. Dat heeft als voornaamste oorzaak dat het doel moet zijn om te komen tot een minnelijke regeling. Een extra schadepost voor de schuldeiser zal aan zijn bereidheid niet bijdragen.

Nu maakt een rechter dus duidelijk onderscheid tussen schuldeisers die inhoudelijk verweer voeren en zij die stelselmatig weigeren om mee te werken. De rechtbank motiveert als volgt:
<schuldeiser> is echter in haar schriftelijke weigering niet ingegaan op de omstandigheden van de onderhavige casus. Zij voert een algemene – principiële – weigeringsgrond aan en is eerst bereid te onderhandelen bij een aanbod van 50% of hoger, terwijl een dergelijk aanbod in het kader van het minnelijk traject zeldzaam is. Het staat <schuldeiser> weliswaar vrij om te weigeren, maar bij een weigering op deze gronden lijkt het reeds op voorhand niet mogelijk om met <schuldeiser> tijdens het minnelijk traject tot een schuldregeling te komen. <schuldeiser> heeft daarnaast geen verweerschrift ingediend en is evenmin ter zitting verschenen. De rechtbank acht het daarom wenselijk <schuldeiser> in de kosten van de procedure te veroordelen.

Oproep NVVK-leden
De NVVK roept haar leden op om expliciet te verzoeken om een veroordeling van de kosten daar waar het gaat om niet-reagerende crediteuren, ongemotiveerde en stelselmatige weigeringen door schuldeisers. Dit zal ervoor zorgen dat schuldeisers gedwongen worden om inhoudelijk verweer te voeren. De hoop is dat deze uitspraak dan navolging vindt om zo een onderscheid te maken tussen schuldeisers die gemotiveerd niet kunnen instemmen en schuldeisers die simpelweg niet willen.

- Volledige uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2018:4361

Naar boven