Berenschot-rapport schuldhulpverlening houdt heldere spiegel voor

vrijdag 07 juni 2019

Meer samenhang, meer samenwerking en meer regie. Dat zijn volgens branchevereniging NVVK de belangrijkste adviezen die onderzoekers van adviesbureau Berenschot geven in het rapport ‘Aansluiting gezocht!”. In deze ‘verkenning’ over de aansluiting van de minnelijke schuldhulpverlening en wettelijke schuldsanering gaan de schrijvers in op de historie van schuldhulpverlening in ons land, de verwachtingen bij eerdere stelselwijzigingen en huidige knelpunten en verbetermogelijkheden. Volgens de NVVK schetst het rapport een kritisch maar eerlijk, gedegen en herkenbaar beeld met huiswerk voor alle betrokkenen bij de schuldhulpverlening.

Schuldhulpverlening door de overheid ontstond tijdens de economische crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw, toen gemeentelijke kredietbanken ook saneringskrediet gingen aanbieden om van schulden af te komen. Nadat in de jaren zestig commerciële banken veel actiever werden om aan particulieren leningen aan te bieden, werd schuldhulpverlening zelfs de primaire taak van de kredietbanken. Daarna is er regelmatig met stelselwijzigingen en nieuwe wetgeving geprobeerd om de kwaliteit van schuldhulpverlening te verbeteren, zonder de gemeentelijke autonomie in de uitvoering weg te nemen. Dat gebeurde voor het laatst met de invoering van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp), waarbij de rechter een centrale rol vervult, en de wettelijke taak voor gemeenten om schuldhulpverlening uit te voeren (Wgs). Alhoewel de wetgever de voorkeur voor een minnelijke regeling had, werd de Wsnp gezien als een noodzakelijke stok achter de deur om onwillige schuldeisers over de streep te trekken om met de ‘normale’ schuldregeling mee te werken.

Cijfers

Berenschot deed onderzoek naar de werking van het huidige stelsel en constateert dat er weinig cijfers zijn die een objectief beeld kunnen staven. Eigenlijk voldoen alleen de data die leden van de NVVK jaarlijks aanleveren aan dit criterium maar dat geeft nog steeds een onvolledig beeld. Zo wordt een deel van de schuldhulpverlening in sommige gemeenten gedaan door eerstelijns dienstverleners in wijkteams, die dit niet registeren. “De uitvoering van de schuldhulpverlening is een black box waarbij niet duidelijk is hoe ambitieus gemeenten zijn om mensen met problematische schulden op afzienbare termijn aan een schuldenvrije toekomst te helpen”, schrijven de onderzoekers in hun rapport.

Registratie

De NVVK herkent dit beeld en ziet een spanning tussen de wettelijke verplichting van gemeenten om mensen met schulden te helpen en de vrijheid die gemeenten hebben om dit concreet in te vullen. Mede daarom ontwikkelt de NVVK met de VNG een basisnorm voor schuldhulpverlening, zodat burgers beter weten waar zij recht op zouden moeten hebben. Berenschot ziet dit initiatief als een stap in de goede richting. Daarnaast bepleit de NVVK betere registratie van interventies, kosten en rendement. Alleen dan is het mogelijk om deugdelijk beleid op het gebied van schuldhulpverlening te formuleren en uit te voeren. Anders bestaat het gevaar dat schuldhulpverlening primair als een kostenpost wordt gezien, waarbij het maatschappelijk rendement van goede hulpverlening onvoldoende wordt meegewogen.

Verantwoordelijkheid

Op basis van cijfers van het Nibud stelt Berenschot dat zo’n 700.000 huishoudens te maken hebben met problematische schulden. Naar schatting 200.000-250.000 van deze huishoudens krijgt op enige wijze ondersteuning, bijvoorbeeld van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Dat maakt duidelijk dat een grote groep aan de kant staat. Er rust een collectieve verantwoordelijkheid op alle betrokkenen zoals landelijke en lokale overheden, schuldhulpverleners, bewindvoerders, schuldeisers, rechters om de drempel voor schuldhulpverlening zo laag mogelijk te maken en de kans op succes te vergroten.

Geschakeld systeem

Het huidige stelsel maakt de intentie van de wetgever niet waar om een ‘geschakeld’ systeem te zijn waardoor alle mensen met problematische schulden hulp kunnen krijgen, aldus het Berenschot-rapport. Alhoewel meer mensen tot de schuldhulpverlening worden toegelaten dan in het verleden, bereikt een groot deel de eindstreep niet. Daarbij werken de bestaande regelingen te veel als subsystemen waarin niet de cliënt maar het eigen systeem centraal staat. Dat is vaak geen onwil van de partijen die bij schuldhulpverlening betrokken zijn, stelt Berenschot, maar inherent aan complexe regelgeving en verkeerde financiële prikkels. Beperkingen in capaciteit en geld kunnen er bijvoorbeeld toe leiden dat gemeenten meer complexe schuldproblemen van zich afschuiven of mensen blijven ‘hangen’ bij hulpverleners die er niet in slagen om echt tot een oplossing van schulden te komen.

Alternatieven

De NVVK is blij dat het rapport duidelijk maakt dat de minnelijke regeling en de Wsnp niet als twee gelijkwaardige alternatieven kunnen worden gezien. De gang naar de rechter is bedoeld als laatste vangnet wanneer mensen er minnelijk niet uitkomen. De spelregels binnen de Wsnp zijn ook veel strenger dan in het minnelijke traject. Bovendien staan mensen tien jaar aan de kant wanneer een regeling niet met goed gevolg is geëindigd. Daarom is het volgens de NVVK van groot belang om de toegang tot de minnelijke regeling te vergroten en ervoor te zorgen dat minder mensen afhaken. De Wsnp blijft voor sommige mensen de beste oplossing. Door betere samenwerking en informatie uitwisseling tussen alle betrokken bij schuldhulpverlening kan sneller in beeld komen welke route voor een individuele schuldenaar het meeste perspectief biedt voor een goede oplossing.

Realistisch

De NVVK onderschrijft de conclusies en vindt dat het rapport een realistisch beeld schetst. Het spanningsveld tussen de autonomie van de gemeente, wat inherent is aan decentralisatie, en de behoefte om de kwaliteit van schuldhulpverlening te borgen, kan in belangrijke mate worden ondervangen met het vaststellen van een landelijke basisnorm. Daarnaast ziet de NVVK in het rapport een aansporing voor betere samenwerking teneinde de schuldenaar ook echt centraal te stellen en samen te zoeken naar de beste oplossing voor haar of zijn probleem.

 

« Terug

Archief > 2019

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari

Inschrijven nieuwsbrief

Persoonlijke gegevens
Naar boven