Hulp van gemeenten nodig bij verlagen rente sociaal krediet

15 december 2017

De NVVK vraagt gemeenten om kredietbanken te helpen renteverlaging voor sociale kredieten mogelijk te maken. Steeds meer gemeenten doen dat ook door het financieringsgat dat ontstaat bij het verlagen van de rentes te vergoeden. De NVVK juicht deze initiatieven toe. Het tv-programma Kassa zal over dit onderwerp zaterdag as. 16 december in de uitzending berichten.

Sociale kredietverlening in Nederland is op gemeentelijk niveau geregeld. Ons land telt zo’n 25 kredietbanken, die afzonderlijk van elkaar werken. Elke kredietbank hanteert haar eigen rentebeleid. Kredietbanken stellen de rente zodanig vast dat de dienstverlening kostendekkend is. De rente die mensen aan kredietbanken betalen is een vergoeding voor de kosten die de kredietbanken maken om het sociale krediet te kunnen verstrekken. Ook het lenen van een sociaal krediet kost dus geld.

Dat is nodig ook, want kredietbanken zijn banken zonder winstoogmerk. Zonder een kostendekkende rentevergoeding leiden kredietbanken verlies. Kredietbanken kunnen dit verlies niet opvangen, omdat zij geen winstoogmerk hebben en daardoor weinig voorzieningen opbouwen. Daarnaast is in de laatste jaren bij vele kredietbanken gewerkt aan een efficiënter proces om de eigen kosten te verlagen. De rek is bij de meeste kredietbanken eruit. Volgens de NVVK kunnen de gemeenten lagere rentepercentages mogelijk maken door bij te dragen in de kosten van het sociale krediet.

Kosten en baten van sociale kredietverlening
Kredietbanken vervullen met het verlenen van sociale kredieten een belangrijke maatschappelijke en economische taak. Zij verstrekken namelijk leningen aan mensen die niet bij een commerciële bank terecht kunnen, omdat zij bijvoorbeeld een te laag inkomen hebben, een negatieve codering bij het Bureau Krediet Registratie hebben of ouder zijn dan 65 jaar. Dankzij sociale kredieten is het voor deze mensen mogelijk om direct noodzakelijke aankopen te doen en in de samenleving op een normale manier financieel te kunnen participeren. Doorgaans gaat het om relatief kleine leningen, bijvoorbeeld voor het aanschaffen van woninginrichting.

Naast deze maatschappelijke baten ontstaan kosten die aan de kredietverlening verbonden zijn. De kosten van een sociaal krediet bestaan in eerste instantie uit:

  • het aantrekken van gelden voor de eigen leningenportefeuille (de leningen die kredietbanken aantrekken zijn zelf ook rentedragend);
  • kosten van aanvraagbehandeling en onderzoek (bijvoorbeeld naar eventuele BKR-registraties);
  • beheer van een lening, zoals het toezien op maandelijkse terugbetalingen;
  • sociale incasso bij achterstanden en uiteindelijk ook de kosten van wanbetaling.


Gedragscode

NVVK-leden die sociale kredieten verstrekken houden zich aan de Gedragscode Sociale Kredietverlening van de NVVK. Hierin hebben de leden van de NVVK de uitgangspunten voor sociale kredietverlening vastgelegd. In de Gedragscode is vastgelegd dat kredietbanken met een vergoeding werken die als rente aan de consument wordt doorberekend. Mede met het oog op de doelgroep streven leden ernaar het rentepercentage zo laag mogelijk te houden. In de Gedragscode die de NVVK heeft opgesteld voor haar kredietverlenende leden staat hierover: de kredietbanken streven “naar een zo laag mogelijk rentepercentage. Het rentepercentage dient in beginsel tenminste 2% lager te zijn dan het wettelijk geldende maximale rentepercentage”.

Sociale kredietverlening kennen we in Nederland al bijna honderd jaar. De kredietbanken ontstonden in de eerste helft van de 20e eeuw en hadden als doel om woeker in al zijn vormen te bestrijden en sociaal volkskrediet te bevorderen. Dat was hard nodig want de gewone burger kon in die tijd alleen maar terecht bij commerciële kredietverstrekkers, vaak particulieren. Dat ging gepaard met woeker, overkreditering en andere misstanden. Ook nu nog beogen de kredietbanken missstanden tegen te gaan.

« Terug

Naar boven